Rob Burghouts groeide op in Nijmegen, in een groot en streng katholiek gezin met acht kinderen. Als jongen was hij stil en verlegen. Hij voelde dat hij anders was, maar kon dat vreemde gevoel nog geen naam geven. Tijdens zijn rechtenstudie in Groningen sloot hij zich aan bij het Corps, een wereld waarin hij zich allesbehalve thuis voelde en die bepaald niet erg gay-vriendelijk was. Het gevoel dat hij homo was, duwde hij ver weg. Niet één jaar, maar liefst twintig jaar lang....

Op zijn 26e trouwde Rob. Er kwamen drie zonen en een loopbaan in de advocatuur en later als directeur bij het GAK. Aan de buitenkant leek het leven zijn vaste vorm te hebben gevonden. Vanbinnen groeide de spanning. Schuldgevoel, twijfel en het steeds sterker wordende besef dat hij zichzelf ontkende, maakten het dagelijkse leven zwaar. Uiteindelijk, in 1993, ging hij op kamers wonen in Eindhoven. Ook gevoed door de roddels kon dat niet anders. Het was een andere tijd toen. Niet lang daarna ontmoette hij Jan. Door voor een relatie met een man te kiezen, koos Rob voor het eerst écht voor zichzelf. Een diepe zucht volgde.

Die stap veranderde ook zijn vaderschap. Rob vertelt dat hij een aardiger vader werd toen hij zichzelf niet langer meer hoefde te verbergen. Stel je voor, je eigen kinderen seksuele voorlichting te geven terwijl je zelf nog worstelt met je gevoelens. “Hypocrieter kun je het niet maken,” zegt hij. Zijn kinderen bleken zijn homoseksualiteit uiteindelijk zonder grote problemen te accepteren. Inmiddels kunnen ze er zelfs samen over praten. Rob en zijn ex-vrouw zijn met elkaar in gesprek gebleven; volgend jaar vieren ze samen met Jan en hun kinderen dat ze allebei tachtig worden. Als Rob daaraan denkt wordt hij emotioneel.

Vandaag zet Rob zich in voor anderen. Al vier jaar geeft hij via het COC, samen met Peter Sleutjes, voorlichting over diversiteit aan studenten Verzorgende in het Willem I College. Want ook in verzorgingshuizen wonen mensen die niet heteroseksueel zijn, benadrukt hij. Acceptatie begint bij kennis: onbekend maakt onbemind. Tegelijk ziet hij dat het gesprek met jongeren over seksuele diversiteit soms weerstand oproept. Daarom vindt hij het des te belangrijk dat het gesprek gevoerd blijft worden. Niet opgeven dus!

Rob is inmiddels een actieve, nieuwsgierige tachtiger. Hij wandelt met Jan, doet vrijwilligerswerk, is Taalmaatje voor vluchtelingen, bezoekt theater en films en geniet volop van zijn kinderen en negen kleinkinderen. Inmiddels wat gezondheidsproblemen doorstaan, maar Rob weigert een sikkeneurige oude man te worden. Hij weet dat het leven eindig is en probeert juist daarom volop te genieten.

En als een 'aspirant'- gay hem advies zou vragen over de beste coming-outstrategie? Dan zou Rob zeggen: blijf dicht bij jezelf, luister goed naar jezelf en doe wat jij wilt. Dat is niet altijd gemakkelijk. Misschien is dat wel de belangrijkste les uit zijn eigen levensverhaal. Na twintig jaar ontkennen weet hij als geen ander hoeveel vrijheid het geeft wanneer je eindelijk jezelf durft te zijn. Heerlijk!